Aanwijskaart

In een wereld waarin je elkaar nodig hebt, waarin er van alles met elkaar wordt gedeeld, is communicatie noodzakelijk. Communicatie via een telefoongesprek, via de mail, via Whatsapp, maar ook via een gewoon gesprek. En er zijn wel miljoenen woorden om te gebruiken. Woorden om de boodschap over te brengen en om je gevoelens te uiten. Kortom; communiceren is noodzakelijk in deze wereld.

 

Om te kunnen praten zijn de twee hersencentra Broca en Wernicke van groot belang. Schade in één of in beide hersencentra zorgt voor een aandoening in spraak of begrip in taal. Zo ook bij meneer Ayoub, welke is getroffen door een hersenbloeding.

Op het eerste gezicht lijkt meneer de taal nog wel enigszins te begrijpen. Wanneer je vraagt of hij zijn mond kan openen, reageert hij door zijn mond te openen. Maar verder verloopt de communicatie erg moeizaam.

 

Op het nachtkastje van meneer ligt een aanwijskaart. Een speciale kaart, aangereikt door de logopediste, waarop meneer kan aanwijzen wat hij bedoelt. Dit is of aanwijzen met behulp van een symbool, of met behulp van losse letters waardoor het woord gespeld kan worden.

 

Meneer Ayoub ligt op een vierpersoonskamer, wat inhoudt dat er nog drie andere patiënten liggen. In dit geviel drie mannelijke patiënten en de sfeer op de kamer is gezellig. Onderling wordt er veel gecommuniceerd, er wordt gelachen en ook voor mij, als verpleegkundige, is dat gezellig. Het is leuker om te werken wanneer je een gezellige patiëntenkamer binnenloopt, dan wanneer de sfeer erg bedrukt is.

 

Ondanks dat meneer Ayoub niet kan communiceren met woorden, neemt hij deel in het gesprek. “Waar kom je vandaan?”, vraagt meneer de Reus. Meneer Ayoub pakt een pen, pakt de aanwijskaart erbij en wijst letter voor letter aan. T U R.. Het gaat heel langzaam en op zijn eigen manier geeft meneer antwoord op de vraag. K I J E. Turkije, antwoord ik hardop. Meteen verschijnt er een grote glimlach op het gezicht van meneer Ayoub.

 

“Mooi land, ik ben er vaak op vakantie geweest”, zegt meneer de Geus terug. De glimlach op het gezicht wordt alsmaar groter en ook mijn glimlach wordt groter. Het volgende woord wordt alweer gespeld, A L A N Y A. “Komt u daar vandaan?”, vraag ik aan meneer Ayoub. Er wordt heftig ja-geknikt en de glimlach is veranderd in een grote lach. En zo vertelt meneer Ayoub, op zijn manier, over zijn land van herkomst.

 

En terwijl ik daar naast het bed van meneer Ayoub zit, bedenk ik mij hoe bijzonder dit gesprek was. Niet zozeer de inhoud van het gesprek, maar vooral de interactie tussen de vier patiënten. Zij hebben mij laten zien dat communiceren niet alleen met woorden hoeft, maar er ook gecommuniceerd kan worden wanneer praten niet meer mogelijk is.