Geduld

Als ik de zusterpost uit loop op weg naar mijn patiënten voor die avond, zie ik dat er boven de deur het rode lampje brandt. Een lampje wat veel dingen kan betekenen.

 

Het lampje verteld mij soms dat er iemand naar het toilet moet en ondersteuning nodig heeft, of iemand naar het toilet moest maar het net niet op tijd gehaald heeft. 
Het rode lampje brandt voor extra drinken, een boterham, een extra deken, kussen of bij een andere vraag. 
Het lampje brandt wanneer de patiënt iets wil, maar ook vaak wanneer familie van de patiënt iets wil. En doordat de betekenis van het rode lampje zo divers is, is het mijn taak als verpleegkundige om zo snel mogelijk te reageren en naar die kamer te gaan.

 

Maar zo snel mogelijk, betekent niet 'ik-laat-alles-uit-mijn-handen-vallen-en-kom-er-nu-meteen-aan'. En het betekent ook niet 'ik-ben-de-enige-patiënt-dus-je-moet-komen-wanneer-ik-wil-dat-je-komt'. Voor mij is dat een vanzelfsprekendheid geworden en ik weet dat alleen de noodbel aangeeft dat er een noodsituatie is en ik dan dus wél alles uit mijn handen moet laten vallen.

 

"Ja, nu hoeft het natuurlijk al niet meer, ik heb het nu zelf al gedaan", zegt de echtgenote van dhr. de Graaf. "Ik had op het knopje gedrukt, maar je kwam maar niet", roept ze er nog even achteraan. Vele gedachtes en mogelijke reacties komen in mij op, maar ik heb inmiddels wel geleerd om tot tien te tellen en mijn geduld te bewaren. "Wat vervelend dat u voor uw gevoel zolang heeft moeten wachten", zeg ik in een poging mevrouw wat te kalmeren. "Ik ben zo snel mogelijk gekomen, maar er zijn meer patiënten en ik hoop dat u dus begrijpt dat ik niet altijd meteen kan komen", zeg ik tot slot.

 

Mevrouw kijkt mij aan en antwoord "Ja dat zal wel, maar mijn man wilde uit bed om in de stoel te gaan zitten en nu heb ik dat zelf maar gedaan". "Het had geen haast hoor meisje", zegt meneer de Graaf vanaf de stoel in de hoek van de patiëntenkamer. "Wat fijn dat u nu lekker in de stoel zit, kan ik nog iets anders voor jullie doen", vraag ik aan beide. "Nee nu niet meer en wanneer we je nodig hebben, dan drukken we weer op de bel", antwoord de echtgenoot snel voor dhr. zelf kan antwoorden. "Dat is goed hoor, kan ik nog iets voor u doen meneer?", zeg ik terwijl ik meneer aan kijk. "Nee meisje, het is goed zo", antwoord meneer en ik draai mij om en verlaat de patiëntkamer, op weg naar een ander rood lampje.

 

Een van de eigenschappen van verpleegkundigen is dat zij geduldig zijn. Geduldig omdat mensen op leeftijd niet meer de snelste zijn, maar ook een andere vorm van geduld. Geduld met patiënten en families die soms het bloed onder je nagels vandaan halen. In sommige situaties tel ik tot tien en soms tel ik tot honderd.

 

Maar zelfs als je boos bent, als je het bloed onder mijn nagels vandaan haalt en ik voor mijzelf tot tien heb geteld, help ik je met mijn geduld.

En onthoud "Zet het rode lampje aan, dan kom ik er ze snel mogelijk aan".