Zorgmijder

Beste patiënt van het eerste bed,

 

Toen ik in de ochtend de zusterpost binnenstapte zag ik dat ik die dag voor jou zou zorgen. Tijdens de overdracht hoorde ik dat je die nacht erg onrustig was geweest en vooral ook erg agressief kon reageren. Collega's die de dag ervoor hadden gewerkt, bevestigde dit en wenste mij succes. Ik ging toen al met een enigszins vreemd gevoel richting jouw kamer. Tegenzin was het niet, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik ook niet meteen stond te springen. 
Je lag in bed en de deken was op de grond gevallen. Of misschien had je die wel bewust op de grond gegooid, maar dat wist ik niet toen ik voor het eerst de kamer in kwam. Ik groette je en wenste je goedemorgen. Je reageerde niet. Misschien sliep je nog? Hoorde je mij niet? Of deed je alsof je mij niet hoorde? Wat het ook was, ik kreeg geen reactie. Dat je opstandig was, merkte ik al vrij snel. Wanneer er iets gebeurde wat je niet wilde, begon je tegen mij te vloeken. Ik heb je vertelt dat ik daar niet zo van hield, dat ik graag rustig met je wilde praten, maar dat was tegen dovemans oren gezegd. Je wilde niets. Je wees de lichamelijke verzorging af, je wilde niet eten en niet drinken, ik mocht je niet beter in bed helpen en het enige wat je wél wilde, was met rust gelaten worden. Die rust kreeg je. Ik liet je liggen zoals je er toen bij lag. Eigenlijk voelde dat best gek, want ik wilde voor je zorgen. Ik wilde dat je gewassen werd, je schone kleding aankreeg, het incontinentiebroekje netjes zat en ik gunde je een bed met schone lakens. Maar jij wilde niets en dus was het niet belangrijk wat ik wilde. Natuurlijk had ik mijn zin kunnen doordrammen, had ik je kunnen wassen en had ik het brood in je mond kunnen stoppen. Maar ik wilde geen ruzie, ik wilde jouw wens respecteren en dus luisterde ik niet naar mijn gevoel. Toch besloot ik om het laken weer netjes op bed neer te leggen, je blote lichaam te bedekken. Niet omdat jij het wilde, niet omdat ik het wilde, maar omdat er meer patiënten waren en ik wilde voorkomen dat mensen slecht over jou gingen praten. Maar ook dit nam je mij niet in dank af en ik heb de lelijkste woorden naar mijn hoofd geslingerd gekregen. Je hebt het mij best moeilijk gemaakt die dienst. Je wilde niets en wanneer ik iets probeerde, gilde je zo hard dat ze het aan het begin van de gang hebben kunnen horen. Ik besloot toen maar om het erbij te laten. Niet meer met je in strijd te gaan en te accepteren zoals het was. Het ging volledig tegen mijn gevoel in en ik was niet de verpleegkundige die ik graag wilde zijn. Maar jij wilde het zo en dus hield ik mijzelf maar voor ogen dat ik dus nog steeds aan het zorgen was. Wel zorgen op een andere manier dan anders, maar het was nog steeds zorgen. 
En ik weet niet of je je bewust was van het schelden, van de agressie en de weerstand. Of je wist dat ik het beste met je voorhad? Misschien voelde je je wel bedreigd? Dacht je dat wij je wilde pesten en kwaad wilde.

Maar echt beste patiënt van het eerste bed, ik had het beste met je voor. En ondanks dat je mij hebt uitgescholden, je erg opstandig was en ik niet de zorg heb kunnen verlenen zoals ik gewend ben, wilde ik je helpen en ik hoop dat je dat weet. Dat je schreeuwen en schelden niet persoonlijk was, maar een uiting van frustratie, verdriet of woede.

 

Ik wens je het allerbeste toe.