Beroepskeuze

Toen ik op de basisschool zat, wist ik later precies wat ik wilde worden. Werken als kinderverpleegkundige was mijn droom en ik was vastberaden om die droom te verwezenlijken.

 

“Is het leuk om als verpleegkundige te werken?”, vraagt ze geïnteresseerd terwijl ik net wilde gaan beginnen met het meten van haar bloeddruk. “Ja, ik vind het de mooiste baan”, antwoord ik terwijl ik even wacht met het meten van de bloeddruk. “Weet jij al wat je wil worden?”. Het antwoord laat even op zich wachten en ze denkt diep na. “Ik twijfel nog”, antwoord ze tot slot. “Ik vind heel veel dingen leuk”.

 

“Vind je het leuk om al een beetje te oefenen als verpleegkundige?”, vraag ik aan haar. De twinkeling in haar ogen verklapt dat ze daar wel oren naar heeft en er verschijnt een lach op haar gezicht. “Wil je zelf de bloeddruk meten”, vraag ik terwijl ik de bloeddrukband om haar arm doe. Vol interesse in wat er komen gaat, start ze de meting en wacht gespannen af. Wanneer de bloeddruk op het scherm tevoorschijn komt, pakt ze het papier uit mijn hand en schrijft ze de getallen over. “Nu nog even de temperatuur meten” en ik reik haar de thermometer aan. Als een echte verpleegkundige haalt ze haar haren naar achter en stopt de thermometer in haar oor.

 

“Klaar”, roept ze terwijl ze de thermometer uit haar oor haalt en ook de temperatuur wordt genoteerd op het briefje. “Ik ga even alle controles invoeren in de computer en dan kom ik straks terug”, zeg ik terwijl ik het briefje van haar aanpak en de thermometer weer in de houder stop.

 

Niet veel later mag het meisje met ontslag naar huis en alleen het infuus hoeft nog maar verwijderd te worden. “Zo zuster, je mag lekker naar huis. Wil je ook nog helpen met het infuus verwijderen?”. Ondertussen pak ik een gaasje en een rolletje tape en wacht op een reactie. IJverig begint ze het verband los te maken en rolt het netjes op. “Goed gedaan zeg!”. De glimlach is niet meer van haar gezicht te krijgen en vol concentratie peutert ze de pleister los. “Nu moeten we even samenwerken”. Ze kijkt mij aan en wacht op de volgende opdracht. “Ik ga het infuus eruit halen en als het eruit is, ga jij heel hard met het gaasje op je hand duwen. Goed?”. Ze knikt hevig en houdt het gaasje goed vast, zodat ze meteen kan handelen wanneer het infuus eruit is.

 

“Ik tel tot drie en dan haal jij het eruit”. “Eén, twee, drie”. In een vloeiende beweging haal ik het infuus eruit en meteen duwt zij het gaasje erop. Wanneer alle spullen zijn opgeruimd en zij klaar is om naar huis te gaan, vraag ik nogmaals of zij inmiddels al weet wat ze wil worden. Als ik zag met hoeveel enthousiasme en plezier zij mij hielp, hoop ik dat dit haar over de streep heeft getrokken en nu vastberaden is om ook verpleegkundige te worden.

 

“Ja, daar heb ik nog eens goed over nagedacht, maar ik ben er nu helemaal uit”. Ze begint te lachen en ik wacht vol spanning af. “Ik word advocaat”, roept ze zonder twijfel. “Wat leuk zeg, dat is wel iets heel anders dan verpleegkundige”, antwoord ik met een knipoog.

 

“Ze is nog jong, wie weet besluit ze later toch nog om verpleegkundige te worden”, denk ik bij mijzelf terwijl ik zie hoe ze de afdeling verlaat. Maar wat het allerbelangrijkste is, is dat je plezier hebt in wat je doet. En dan maakt het helemaal niet uit of je nu advocaat of verpleegkundige bent.