Dokterskoffertje

“Wil een van jullie even in de speelkamer een spelletje gaan spelen, zodat ik even in gesprek kan met de arts en met mama”, vraagt een collega in de zusterpost. Dat laat ik mij geen tweede keer zeggen en omdat ik het op dat moment even rustig heb, heb ik wel zin en tijd in een spelletje. “Niet te fanatiek he”, voegt ze er plagerig aan toe en ik ga op weg naar de speelkamer.

 

Als ik de speelkamer in kom zie ik een meisje heel geconcentreerd aan het spelen. Wanneer je niet weet wat haar diagnose is, niet weet dat zij ernstig ziek is en wanneer je de ziekenhuissetting weg denkt, zou je een gewoon meisje van een jaar of 8 zien spelen. Gewoon zoals ieder meisje van die leeftijd dat zou doen.

 

Ik stap de speelkamer in en loop richting het meisje. “Hoi, ik ben Sanne en ik kom met jou spelen. Vind je het goed als ik naast je kom zitten?”, vraag ik terwijl ik haar een handje geef. Even twijfelt ze welk handje ze gaat geven, maar besluit dan toch voor het handje zonder het infuus te gaan. Ze knikt en ik neem plaats op een klein stoeltje, wat aan de kleine, voor kinderen gemaakte, tafel staat.

 

Het meisje is op dit moment aan het spelen met een dokterskoffertje en probeert de speelgoed-bloeddrukband bij zichzelf om te doen. “Zullen we samen spelen?”, vraag ik haar. Ik ben die dag verkouden en dat is te horen aan mijn stem. “Jij bent verkouden, dus ik ga jou beter maken. Want ik ben de dokter en jij bent ziek”. Ik krijg de bloeddrukband om mijn linker pols en als een echte professional pompt zij de bloeddrukband op. “Helemaal goed” en ze graait opnieuw in het koffertje op zoek naar het volgende instrument om mij te kunnen onderzoeken.

 

Ik krijg de thermometer in mijn oor, er wordt tegen mijn knieën geslagen met een hamer, ik krijg een prik, mijn longen worden beluisterd en ik krijg een pleister op mijn neus geplakt. “Ik heb je helemaal beter gemaakt”, zegt ze trots en ze stopt alle spulletjes weer terug in het dokterskoffertje.

 

“Wat ben jij een goede dokter zeg, ik ben weer helemaal beter. Dank je wel”. Een voorzichtige glimlach verschijnt er op haar gezicht. “Zo kan ik de dokter helpen om mij beter te maken”, antwoord ze vastberaden. Ik merk dat die woorden mij raken en ik niet weet wat ik moet zeggen. Wat zou het fijn zijn als het echt zo zou werken. Als je met een speelgoedkoffertje vol met doktersspullen de dokter kon helpen om beter te worden. Maar de realiteit is hard, erg hard en soms té hard.