Giebelzuster

 
Ik heb nog geen woord gezegd en nog niks gedaan, als ze voor het eerst begint te lachen. Niet schaterlachen, niet glimlachen, maar echt giebelen zoals meisjes dat van die leeftijd zo goed kunnen.
 
Haar lach werkt erg aanstekelijk en voor ik het weet, giebel ik met haar mee. “Wat een lekker stel zijn jullie”, zegt haar moeder terwijl ze ons glimlachend aankijkt. “Dit belooft wat voor de rest van de dag”.
 
En inderdaad; de gehele dag gaat het zo door. Zodra ik de deur open en bij haar op de kamer kom, begint ze te giebelen. Alleen op momenten dat het echt niet anders kan, zoals tijdens het meten van de bloeddruk, probeert ze haar lach in te houden. Maar aan haar gezichtsuitdrukking is te zien dat haar dit veel moeite kost.
 
Met bolle wangen en haar adem ingehouden, kijkt ze naar de bloeddrukmeter. Aan het geluid tijdens het meten, weet ik dat de meting niet gaat slagen en niet lang daarna schiet de bloeddrukband van haar arm. Voor haar het signaal om haar adem niet langer in te houden en haar lach te laten ontsnappen. “Pfffff”, en meteen begint ze te giebelen.
 
Het giebelen houdt niet meer op en zorgt voor vrolijkheid en geluk bij mijzelf. Het is fijn om te zien dat ze weer even net zo kan giebelen als buiten het ziekenhuis. Dat er naast verdriet, ook echt weer even gelachen kan worden.
 
Vlak voor mijn dienst er op zit, ga ik nog een keer bij haar langs. “Doei giebelkont, ik ga zo naar huis”, zeg ik terwijl ik bij haar op bed kom zitten. “Ik vond het gezellig vandaag”, voeg ik er aan toe en het giebelen begint weer.
“Doei giebelzuster”, kan ze nog net uitbrengen voor ze geen woord meer kan zeggen door het vele lachen. Maar haar gegiebel is voor mij bevestiging genoeg dat ook zij het gezellig vond en de titel “giebelzuster” is ineens een hele eer.