Kanjer

“Ja maar dat doet echt veel pijn he”. Angstvallig kijkt hij naar het infuus in zijn rechterhand en houdt voor de veiligheid zijn linkerhand er stevig op. “Ik beloof dat alleen de pleister eraf halen een beetje gemeen is, maar van het infuusje eruit halen, voel je echt niets”, zeg ik in een poging hem gerust te stellen. Veel vertrouwen lijkt hij er niet in te hebben, want hij kijkt mij aan zoals een hertje in de felle koplampen van een auto zou kijken.

 

Het lastigste aan werken met kinderen is dat je soms handelingen moet uitvoeren, die angst of pijn oproepen en waarvan het kind liever niet heeft dat je het wil. Ondanks de weerstand, de angst en het verdriet wat er dan vaak is, is het wel belangrijk dat het toch gebeurd. En zo zal ook dit infuus er dus uitgehaald moet worden.

 

“Zullen we het stapje voor stapje doen?”, vraag ik hem. Hij knikt met zijn hoofd en het lijkt alsof zijn schouders iets meer ontspannen. “Misschien is het een goed idee om lekker naar mama te kijken en haar je linkerhand te geven”. Terwijl ik dat zeg pak ik voorzichtig zijn rechterhand en wacht daarna tot mama zijn andere hand vastheeft. “Vind je het fijn om te weten wat ik doe of zal ik het maar gewoon doen?”. Hij laat mijn vraag even op zich in werken en besluit dan toch maar te willen weten wat ik doe.

 

“Eerst ga ik de pleister loshalen, verder doe ik nog niets”, verzeker ik de jongen terwijl ik de pleister langzaam lospeuter. “Nee, niet het naaldje!”, roept hij verschrikt uit wanneer de pleister los is en alleen de venflon nog zichtbaar is. Hij doet een poging zijn hand terug te trekken en de angstige blik in zijn ogen is weer terug. “Kijk maar naar mama”, zeg ik in een poging hem gerust te stellen. “Ik beloof je echt dat het geen pijn doet en het zo voorbij is”. Terwijl ik de woorden nog niet geheel heb uitgesproken, haal ik in een vloeiende beweging de venflon eruit. “Klaar!” Vol verbazing kijkt hij mij aan. “Echt? Ik heb helemaal niets gevoeld”, zegt hij opgelucht.

 

“Zal ik jou eens een geheimpje vertellen?”. Nieuwsgierig kijkt hij mijn kant op en is in afwachting van het geheimpje dat ik zal gaan vertellen. “Er is helemaal geen naaldje meer”, vertel ik hem. “Waar is dat naaldje dan?”, vraagt hij vol verbazing. “Het naaldje wordt alleen gebruikt voor het prikje, maar daarna gaat het er meteen weer uit. Gek he”. Het jongetje is vol verbazing en lijkt vergeten dat hij even daarvoor nog bang was voor de handeling.

 

“Mag ik het zien?”, vraagt hij nieuwsgierig. Ik laat hem de venflon zien en wanneer hij ziet dat het echt geen naaldje meer is, valt er een last van zijn schouder. “En meneer, wat vind je ervan?”. “Dit viel echt mee en was écht niet eng hoor! Ik voelde helemaal niets!”. “Je bent een kanjer”, zeg ik terwijl ik langzaam de spullen opruim. “Dank je zuster. Maar jij bent ook een kanjer hoor, want dankzij jou deed het helemaal geen pijn”.