Onwetendheid

Veilig aan papa’s hand kom je de afdeling opgelopen. Vol verbazing kijk je om je heen en neem je alles in je op. De schilderingen op de muur, de mensen die voorbijlopen en de verschillende gangen op de afdeling; je bekijkt het allemaal. Een beetje verlegen schud je mij de hand en pakt daarna weer veilig papa’s hand vast. Zodra je de speelauto ziet, laat je de hand los en ren je erop af. Even lijk je te vergeten dat je in het ziekenhuis bent, al is het nog maar de vraag of je dat besef überhaupt wel had. Wanneer ik de kamer in stap om je te halen voor het inbrengen van de sonde vind je het nog steeds allemaal wel leuk. Je lacht naar iedereen die je tegenkomt en je hebt geen weet van wat er gaat gebeuren. Papa, mama en ik weten dat wel en wij weten ook dat dit niet prettig voor je gaat zijn. Zodra je merkt dat je door twee mensen wordt vastgehouden en dat er iemand anders een slangetje gaat inbrengen, krijg je door dat het hier helemaal niet zo leuk is als dat je eerst nog wel dacht. Met alle kracht die je hebt probeer je je te verzetten, maar je maakt geen kans tegen twee volwassenen. Wat is het moeilijk om je zo vast te houden, om jou zo te zien vechten en wat voelt dit helemaal niet goed. Maar weet je lief meisje, dit deden we allemaal om je te helpen. Om het voor jou zo gemakkelijk mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat het onderzoek beter kan verlopen. Maar ook dit kan je nog niet begrijpen. Nadat de sonde zit en goed gefixeerd is met een pleister, laten we je los. Woedend ben je. Woedend op iedereen die je heeft vastgepakt, woedend op het slangetje in je neus, de pleister op je wang en woedend omdat je niet weet waarom dit gebeurd. Je zoekt je troost op in papa’s armen en knijpt je knuffelbeer haast fijn. Ik laat je even met rust zodat je kan kalmeren voor ik de sonde zal gaan aansluiten op het water. Maar wanneer ik even later de kamer weer oploop, is er meteen paniek. Angstig houd je je handjes voor je mond en dikke tranen stromen over je wangen. Wanneer je merkt dat ik dichterbij kom, begin je te schoppen met je beentjes, te slaan met je armpjes en zet je het op een gillen. Alleen je lieve gezichtje is nog over van het onbezorgde en vrolijke meisje van een half uur geleden. Doordat ik je samen met papa en mama nog niks kon vertellen over wat er ging gebeuren, je niet wist wat je te wachten stond, is iedereen in een wit uniform onveilig.

Lief meisje, mensen zeggen vaak dat werken met zieke kinderen zielig is, dat het moeilijk en zwaar is en leggen vaak niet de link met de mooie kant van dit werk. Ik vertel ze vaak wat dit werk zo bijzonder en mooi maakt, welke situaties mij een lach op mijn gezicht geven. Ondanks dat ik dit deed voor jouw bestwil, voor jouw gezondheid en met alle goede wil, was het inderdaad even niet leuk en moet ik die mensen voor deze keer gelijk geven.