Spierballen meten

Het is begin van de avond wanneer de alarmbel op kamer 1120 gaat. Samen met mijn collega’s zit ik te eten in de zusterpost en om mijn collega even rust te gunnen, besluit ik naar de bel te gaan. “Ik zou niet weten wat er kan zijn”, vertelt mijn collega wanneer ik opsta en de zusterpost uitloop. “Ik heb alle medicijnen al gegeven en hij zou lekker gaan slapen”.

 

Terwijl ik naar de kamer loop, bedenk ik mij wat er aan de hand zou kunnen zijn. Gelukkig weet ik wel welk patiëntje er op die kamer ligt, waardoor ik niet geheel blanco bij de kamer aankom. Ik zie door het raam het jongetje op bed zitten en vrijwel meteen kijkt hij op wanneer de deur geopend wordt.

 

“Hoi jongeman, wat kan ik voor je doen?”, vraag ik aan het jongetje. “Hij wil zijn spierballen nog meten”, antwoord zijn mama. “Inmiddels ligt hij hier al een ruime week en de afgelopen dagen werd er steeds voor het slapen gaan nog een keer gecontroleerd”, voegt zijn mama eraan toe. Ik weet dat het jongetje morgen met ontslag naar huis gaat en omdat zijn controles de afgelopen dagen stabiel zijn geweest, is het controlerondje voor het slapen gestopt.

 

“Ga je na het meten van je spierballen lekker slapen?”, vraag ik terwijl ik de controlepaal richting het bed rijdt. “Ja!”, roept hij vol overgave terug, terwijl hij zijn arm buigt zodat de spierbal zichtbaar wordt. “Ik denk dat jij beresterk bent. Nu moet je even goed stilzitten en dan gaat het apparaat heel hard blazen hoor”. Ondanks dat het jongetje waarschijnlijk beter weet dan ik hoe het meten van de bloeddruk gaat, is het een automatisme om uitleg te geven bij alle handelingen die ik doe. Vol interesse kijkt het jongetje naar de bloeddrukmeter en houdt ondertussen zijn arm goed stil.

 

“Wow, wat ben jij sterk!”, roep ik als het apparaat klaar is met meten en zijn bloeddruk op het display verschijnt. Vol trots kijkt hij van zijn mama naar mij en laat voor de bevestiging ook zijn andere spierbal nog aan mij zien. “Nu nog het piepje in mijn oor”, zegt hij terwijl hij zijn hoofd schuin houdt en ik dus makkelijker bij zijn oor kan. “Dan moet ik heel even de thermometer pakken hoor, dan ben ik zo terug”. Hij knikt bevestigend en ik knipoog naar mama.

 

Als ik de thermometer gepakt heb en ik weer onderweg naar het jongetje ben, bedenk ik mij dat deze situatie wel iets zegt over de impact van een ziekenhuisopname. Want als zelfs het controlerondje inmiddels onderdeel is geworden van het bedtijdritueel, geeft dat wel aan dat het jongetje, ondanks dat het medisch nodig was, te lang in het ziekenhuis is geweest.

 

“Zo meneer, kom maar op met je oor”. Het jongetje rent op mij af, gaat voor mij staan en houdt zijn hoofd weer schuin. Ik stop de thermometer in zijn oor en na “het piepje” ruim ik alle spullen op. “Sterke jongen, ga je nu lekker slapen?”, vraag ik hem. “Na het verhaaltje van Cars”. Hij pakt het boek, klimt op zijn bed en wacht tot zijn mama het verhaaltje begint voor te lezen. “Welterusten lieve jongen”, zeg ik tot slot en ik verlaat de kamer.