Verrassing

“Wanneer het je lukt om te mobiliseren met twee krukken en jullie het zien zitten om naar huis te gaan, vind ik het ook goed”, sluit de arts de artsenvisite af. Tijdens het uitspreken van de woorden “naar huis” verschijnt er een twinkeling in zijn ogen. Die twinkeling is van korte duur, want wanneer de fysiotherapeut langskomt om te oefenen, is er niks meer van de twinkeling over. De tranen van verdriet, angst en pijn stromen over zijn wangen.
 
 
Geduldig probeer ik samen met de fysiotherapeut het jongetje zover te krijgen toch uit bed te komen en zelf te gaan ervaren dat het echt kan om te gaan staan. Maar het werpt zijn vruchten nog niet echt af en we besluiten het jongetje eventjes met rust te laten. “Vanmiddag gaan wij gewoon nog een keertje oefenen, je hebt het nu al goed gedaan”, spreekt de fysiotherapeut hem bemoedigend toe.
 
 
Wanneer wij in de zusterpost zijn, uiten we onze twijfels over het ontslag. Aangezien het een lastige klus was voor hem om te gaan staan, lijkt het beklimmen van de trap onmogelijk. “Ik kom vanmiddag terug en dan gaan we gewoon kijken hoe het dan gaat”, besluiten we tot slot. “Misschien kan jij in de tussentijd kijken of je wat kleine stapjes met hem kan maken?”.
 
 
Niet veel later gaat de alarmbel bij het jongetje en loop ik bij hem langs. “Mijn bed is nat”, zegt hij met een trillende stem. “Ach, dat geeft toch helemaal niks, ik ga zorgen dat jij weer een schoon bed krijgt!”. Ineens bedenk ik mij dat dit een perfecte kans is om weer te oefenen met mobiliseren. “Zeg jongeman, zou jij voor mij in die stoel willen zitten?”. Even kijkt hij mij bedenkelijk aan, maar besluit toch in de stoel te gaan zitten. Soepel gaat het niet, maar hij staat en maakt onder begeleiding van zijn moeder, twee kleine stapjes naar de stoel.
 
 
“He kanjer, zie jij waar jij nu zit?!”, vraag ik hem terwijl hij mij een high five geeft. “Ja in de stoel en ik heb dat echt zelf gedaan he”, hij glundert van trots en van de angst en het verdriet is weinig meer te merken. Nadat ik zijn bed heb verschoond en hij een schone pyjama heeft aangetrokken, zit hij nog steeds glunderend in de stoel. “Zal ik helpen met weer terug naar bed gaan of ga je zelf oefenen met mama?”. Hij besluit zelf te gaan oefenen en ik spreek met hem af dat ik straks terugkom om te kijken of het gelukt is.
 
 
Een kleine drie kwartier later loop ik nogmaals bij hem langs en ik tref een leeg bed aan. Niet veel later gaat de badkamerdeur open en komt hij, onder begeleiding van zijn mama, de badkamer uitgelopen. ‘Wow, kanjer!”. Ik weet niet wat ik zie, maar ben vooral ontzettend trots op deze kleine doorzetter. “Ik heb een ideetje”, fluister ik hem. “Wat vind je ervan om straks de fysiotherapeut te verrassen en haar te laten zien hoe enorm goed jij geoefend hebt?”. Hij antwoord niet met woorden, maar ik zie aan de twinkeling in zijn ogen dat hij instemt met het idee.
 
 
“Wij hebben een grote verrassing voor jou”, zegt hij enthousiast wanneer de fysiotherapeut en ik naast zijn bed staan. “Rustig op zijn eigen tempo gaat hij op de rand van zijn bed zitten, staat op en loopt naar de deur en weer terug. Beretrots is hij op zichzelf en hij glundert wanneer hij in de rolstoel de afdeling af gaat om te oefenen met traplopen.
 
 
“Ik heb een verrassing voor jou, maar je moet eerst gaan zitten”, zegt hij wanneer hij terug is op de afdeling. Ik ga zitten op een stoel en wacht op het grote nieuws. “Ik ging helemaal zelf naar boven en naar beneden, dus nu mag ik naar huis”. Hij schreeuwt het nog net niet uit en zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. “Ik weet wel zeker dat jij naar huis mag, want wat ben jij een kanjer!”. De fysiotherapeut verlaat trots de kamer en niet veel later verlaat hij, trots op zichzelf, de afdeling. En ik? Ik maak mijn dienst, met een mega trots gevoel op deze kanjer, af.