Beschermengel

Onzeker staat ze verscholen achter haar beide ouders. Kijkend naar de grond en hopend dat ze niet wordt opgemerkt. Een opname in het ziekenhuis en een operatie is vrijwel voor alle kinderen spannend, maar dit meisje lijkt het wel heel spannend te vinden. Terwijl ze naar de grond blijft kijken, geeft ze mij heel voorzichtig een hand. “Hoi, ik ben Sanne”, begroet ik haar en laat een stilte vallen zodat ook zij haar naam kan noemen. Maar het blijft stil, alsof ze haar naam niet over haar lippen kan krijgen.

 

“Jullie mogen met mij meelopen. We gaan naar de vierpersoonskamer aan de rechterkant van de gang”. Ik besluit de stilte te verbreken om het voor haar niet nog ongemakkelijker te maken. Zwijgzaam volgt ze mij en haar ouders richting de kamer en blijft twijfelend in de deuropening staan. Observerend kijkt ze rond en nadat ze de gehele kamer geobserveerd heeft, went ze haar blik weer af. Omdat er nog maar één ander kind op de kamer ligt, laat ik haar kiezen welk bed het fijnst voor haar voelt. Ze laat de keuze even op zich in werken en kiest dan voor het bed bij het raam.

 

Tijdens het opnamegesprek wat ik met haar en haar ouders voer, probeer ik het meisje zoveel mogelijk zelf te laten antwoorden. Maar mijn pogingen werken tevergeefs en ik besluit het meisje de tijd te geven die ze nodig heeft. “Hebben jullie nog vragen?”, vraag ik tot slot terwijl ik het naambordje aan het bed bevestig. Voor het eerst begint het meisje te fluisteren en kijkt mij heel kort aan. “Wat ga jij zo nog doen?”. “Straks ga ik jou nog wegen, meten en daarna krijg je van mij een speciale ziekenhuispyjama aan”.

 

Ik zie de paniek in haar ogen verschijnen en heel zachtjes stroomt er een traan over haar wang. Voor ik kan reageren, neemt haar moeder mij even apart. “Ze schaamt zich nogal voor zichzelf”, fluistert haar moeder zodat alleen ik het kan horen. Ik kijk van haar moeder naar het meisje en ineens vallen de puzzelstukjes op hun plek. “Is er iets wat ik kan doen om het voor haar een beetje makkelijker te maken?”, vraag ik hoopvol. “Is het mogelijk om het wegen en meten in een andere kamer te doen?”.

 

Niet veel later ga ik samen met het meisje en haar moeder op weg naar de behandelkamer. “Wil je eerst wegen of meten?”, vraag ik aan het meisje. Nu ze alleen met mij en haar moeder is, staat er een heel ander meisje voor mij. “Eerst wegen” en ze begint haar schoenen uit te trekken. Zwijgzaam stapt ze op de weegschaal en went dan haar blik weer af. “Ze pesten mij omdat ik dik ben”, fluistert ze en loopt richting de meetlat.

 

“Wat ontzettend gemeen zeg!”. Veel meer dan dat weet ik even niet te zeggen. Maar het blijkt voldoende voor een voorzichtige glimlach van het meisje. Na het wegen en meten blijven wij nog even in de behandelkamer staan praten. “Ik vind het jongetje op de kamer spannend, misschien gaat hij ook lachen omdat ik dik ben”, fluistert ze. Mijn hart breekt wanneer ze die woorden uitspreekt. “Wat moeten ze gemeen voor haar zijn, als je zelfs denkt dat je nergens meer veilig bent”, denk ik bij mijzelf.

 

“Zullen we afspreken dat ik jouw beschermengel ben?”. Het meisje kijkt mij aan en knikt hevig. “Ik ga ervoor zorgen dat iedereen hier alleen maar lief voor jou doet en dat je niet gepest wordt, goed?”. Weer knikt ze hevig en ze reikt haar hand uit. Krachtig schudden we elkaar de hand en de afspraak staat. Ik ben haar beschermengel die opname en ik besluit om haar nog net een beetje meer liefde te geven zodat wij samen de pesters de baas zijn.