Betovering

Het is midden in de nacht en de hele kinderafdeling is in diepe rust. In het gedimde licht zie je nog net waar je loopt. Op de kamers fungeert de infuuspomp als nachtlampje, waardoor de kinderen niet helemaal in het donker hoeven te slapen. Voor de kinderen die dat juist wel willen, leggen we een deken over de infuuspaal. Veel ouders blijven in het ziekenhuis slapen, op een opklapbed naast het bedje van hun kind. Maar sommigen vinden het te confronterend, te zwaar om ’s nachts in het ziekenhuis te zijn. Soms is het ook beter als ze thuis gaan slapen, zodat ze genoeg energie hebben om er overdag weervoor hun kind te zijn.

Het jongetje in kamer twintig ligt rustig te slapen. Tien weken is hij nog maar. Het pakje dat hij aan heeft, is op de groei gekocht, hij kan er haast twee keer in. Ik maak het los en hij wordt wakker. Slaperig opent hij zijn oogjes, maar ze vallen bijna meteen weer dicht. Ik verschoon zijn luier terwijl hij lekker doorslaapt en til hem daarna uit zijn bedje. Het mannetje ligt rustig tegen me aan, terwijl ik met hem in de stoel ga zitten die op de kamer staat. Inmiddels zijn z’n oogjes open, helder kijkt hij me aan. In het schijnsel van het infuuspaal-lichtje wisselen we een blik. Ik bied hem de fles aan en dankbaar begint hij te drinken.

Zijn oogjes vallen weer dicht. Het is doodstil op de kamer. De geluiden die deze afdeling overdag vullen, zijn verdwenen. Ik hoor alleen de zachte smak- geluidjes van het jongetje, en ze betoveren me. Morgen is dit weer een momentje dat de ouders hebben met hun kind, maar voor nu is dit mijn moment. Ik geniet van het mannetje op mijn arm: zijn mini-handjes, mini-voetjes, mini-teentjes en mini-vingertjes en zijn veel te grote pakje. Alsof hij voelt dat ik naar hem kijk, opent hij zijn oogjes en stopt even met drinken.

Een paar tellen neemt hij rust, dan gaat hij weer verder. Rustig gaat het hele flesje leeg. Daarna til ik het jochie op en leg ik hem rechtop tegen mijn schouder. Die geborgenheid, zo dicht tegen me aan, is belangrijk. Na het boertje blijf ik nog even zitten en kroel ik nog wat met hem. Ik voel zijn ademhaling rustiger worden en voorzichtig leg ik hem weer in zijn wieg. Ik stop hem lekker toe en zie hoe de slaap het van hem wint. Langzaam vallen zijn oogjes dicht en niet veel later is hij, net als de rest van de afdeling, weer in dromenland.