Pesten

Per jaar worden er veel kinderen geboren met een aangeboren afwijking. Dit kan variëren van iets heel kleins tot aan verschillende syndromen, het syndroom van Apert bijvoorbeeld. Dit kenmerkt zich door verschillende specifieke gezichtskenmerken waar meerdere operaties voor nodig zijn.

Zo hebben deze kinderen vaak een afwijkende vorm van het hoofd, staan de ogen vaak ver uit elkaar en kan de kaak niet goed groeien. Kinderen met het syndroom van Apert zien wij regelmatig op de afdeling. Ook Britt is zo’n meisje. Tijdens deze opname wordt zij geopereerd aan haar schedel om er zo voor te zorgen dat haar ogen beter in de oogkassen vallen, waardoor haar aangezicht zal veranderen. Een spannende operatie voor Britt, maar zeker ook voor haar ouders en broer. Vandaag mag ik voor Britt zorgen. De operatie was een paar dagen geleden en eergisteren is Britt vanaf de intensive care overgekomen.

“Hoi Britt, ik ben Sanne. De verpleegkundige van vanavond.”“Ik ben Britt”, fluistert ze, en verlegen kijkt ze mij aan. “Hoe gaat het met je?” vraag ik. Ze kijkt even naar haar moeder voor ze antwoord geeft. “Het gaat goed. Ik heb geen pijn en ik word nu nooit meer gepest.” Ik laat haar woorden op mij inwerken. Als ik mijn blik van Britt naar haar moeder verplaats, zie ik dat de moeder begint te huilen. Ik loop naar haar toe, ga naast haar zitten op de bedbank en sla mijn arm om haar heen. Nog voor ik iets kan zeggen, begint de moeder te vertellen.

“Ze heeft zo naar deze operatie uitgekeken. Eindelijk zou ze ‘normaal’ worden, net als de kinderen uit de buurt.” Ze last een korte pauze in en kijkt met betraande ogen naar Britt. “Wordt ze erg gepest?” De moeder knikt. “Ze lachen haar uit, wijzen haar na en ze mag niet meespelen.” Ik krijg een brok in mijn keel en denk: wat wreed dat dit gebeurt bij een meisje van nog geen zes jaar oud. Ik spreek mijn gedachte uit en de moeder knikt bevestigend. “Het doet als moeder zoveel pijn om te zien dat je dochter er niet bij hoort. Dat ze niet mee mag spelen, niet op feestjes wordt gevraagd en dat er maar weinig mensen zijn die zien hoe leuk en lief Britt is.”

Ik luister zwijgzaam naar wat de moeder vertelt en kijk ondertussen naar Britt. Ze speelt rustig met haar tablet met haar koptelefoon op haar hoofd. “Ik ben er stil van. Wat ontzettend gemeen dat kinderen zo hard voor elkaar zijn.” Iets beters weet ik op dat moment niet te zeggen, maar deze woorden vatten mijn gevoel goed samen. “Wat vreselijk verdrietig en heftig.”Maar wat ik precies verdrietig en heftig vind, weet ik niet. De moeder die dagelijks geconfronteerd wordt met het feit dat haar dochter ‘anders’ is en daardoor niet bij de rest hoort? Britt, die dagelijks te maken krijgt met pesterijen? Of het feit dat Britt blij is dat ze eindelijk is geopereerd, zodat ze nu niet meer anders is? Ieder kind is uniek op zijn of haar manier en daar is Britt juist mijn voorbeeld van.