Limonade

De meeste kinderen die in het ziekenhuis worden opgenomen, zijn heel rustig, verlegen en onder de indruk van alles wat er gebeurt. En van alle vreemde mensen die ze op een dag zien. Ismael niet. Hij heeft praatjes en energie voor tien.Vanaf het moment dat hij wakker is, kletst hij de oren van je hoofd. Zijn mond staat pas stil wanneer hij slaapt. En hoewel hij nog maar vier is, is hij behoorlijk bijdehand. Op de dagen dat ik voor hem mag zorgen, schiet ik regelmatig in de lach door zijn opmerkingen.

Het is halverwege de middag als ik op zijn kamer ben. Ik ruim wat spullen op en hoor hem ondertussen iets vragen. Echt goed kan ik het niet verstaan, alleen het woord beker hoor ik goed en in mijn hoofd vul ik het aan tot een vraag.

“Wil je de beker aangeven?” denk ik dat hij vraagt.Tussen ons in op tafel staat namelijk een beker, gevuld met een heldere vloeistof. Limonade, denk ik. Maar als ik hem de beker aanreik, schudt hij hard zijn hoofd.

“Nee, niet aangeven, je moet hem wegdoen!” “Ga je het niet meer opdrinken?” vraag ik. Weer schudt hij zijn hoofd. “Dat is echt heel vies.” Ik snap niet goed wat er vies is aan limonade. “Is de smaak van de limonade niet lekker?” vraag ik.

“Dat is geen limonade!” Hij schreeuwt het nog net niet uit.

Nu snap ik er niks meer van. “Wat is het dan?” vraag ik, in een laatste poging te begrijpen waarom hij het niet wil drinken. “Ik heb in het bekertje geplast”, zegt hij. “Geplast?” Hij knikt trots.“Ja, ik moest plassen en toen had ik op het belletje gedrukt, maar het duurde te lang voor je kwam”, antwoordt hij wijs. Hoewel het best vies is, kan ik een lach niet onderdrukken. “En omdat ik niet naar de wc kan door dat”, en hij wijst naar zijn infuuspaal, “deed ik het in de beker.”

Het is ook zo: doordat kinderen zo’n infuuspaal zelf vaak niet mee krijgen, zijn ze beperkter dan volwassenen in hun bewegingsmogelijkheden. Dan is plassen in een beker best een creatieve oplossing.

“Ik vind het wel een beetje vies”, zeg ik, terwijl ik naar de beker kijk. Even zegt hij niets. Hij denkt na. Hoe moet hij hier nou op reageren? “Weet je wat vies is?” vraagt hij ten slotte. Ik schud mijn hoofd en wacht op een ongetwijfeld bijdehante opmerking. “In je broek plassen, dat is pas vies!” Daar kan ik niets meer tegenin brengen.