Nieuwe wereldburger

Het is midden in de nacht. 03.24 uur om precies te zijn. Rotterdam is in diepe rust. Er rijden een paar auto’s, maar verder is er niemand op straat. Ook op de afdeling is iedereen in slaap: van de baby van een maand oud tot de puber van zeventien.

Alleen wij zijn wakker. Dan gaat de telefoon. In de stilte die in de zusterpost hangt, lijkt het volume veel te hoog te staan. Mijn collega neemt op. Verwachtingsvol kijken we haar aan: op dit tijdstip bellen soms ouders die toevallig wakker zijn en dan willen weten hoe het met hun kind gaat. Maar zo klinkt het nu niet. “Is het een jongetje of meisje?” hoor ik mijn collega vragen. Als ze heeft opgehangen, zegt ze: “Er komt een opname aan, maar het kindje is nog niet geboren. Wanneer dat gebeurt, is even onzeker.” Veel kunnen we dus nog niet doen. We maken wel alvast de kamer in orde: we zorgen voor luiers, billendoekjes, thermometerhoesjes, moltons, lakens en spuugdoekjes. We zijn net klaar als de telefoon opnieuw gaat: het kindje is geboren en komt zo onze kant op.

Het is een meisje, Emma. Tijdens de zwangerschap had moeder het helaas niet makkelijk. Als gevolg van de hormonen kreeg ze, opnieuw last van haar bipolaire stoornis waarvoor ze medicatie gebruikte en waarvoor een klinische opname noodzakelijk was. Sommige medicijnen passeren de placenta en komen zo bij het ongeboren kind terecht. Zo ook de medicijnen van de moeder. Om te kunnen observeren of ze effect hebben gehad op Emma, wordt ze bij ons ter observatie opgenomen. Aan de monitor kunnen we haar vitale functies, zoals hartslag, ademhaling en saturatie, goed in de gaten houden. Niet veel later komt Emma op de afdeling.

Gevolgd door haar vader, die straalt van oor tot oor. De moeder mag er vanwege haar bipolaire stoornis helaas niet bij zijn, maar ook zij is dolgelukkig met de komst van de kleine meid, vertelt de vader. Ik til Emma uit de couveuse en leg haar in een wiegje. Dan plak ik de monitorplakkers op haar borst en doe het saturatiepooltje om haar voet. “Welk pakje mag ze als eerste aan?” Mijn collega houdt er twee omhoog. De vader wijst een pakje aan met een okergeel broekje, mutsje en een wit shirtje. Ik pak Emma’s mini-handjes vast en frummel voorzichtig haar armpjes door de mouwen. Niet eerder heb ik voor zo’n klein meisje gezorgd, nog maar een paar minuten oud.

Emma huilt niet. Ze heeft haar oogjes wel open en is duidelijk nog onder de indruk van alles. Na negen maanden geborgenheid, veilig in de buik van moeder, ligt ze nu in een bedje en zijn er continu mensen die aan haar zitten. Van het ene op het andere moment moet ze zelf drinken, zelf ademhalen en heeft de veiligheid van de baarmoeder plaats gemaakt voor het leven in de grote wereld. Welkom, Emma!