Vertrouwen

Naast dat werken met kinderen onwijs leuk is, is het soms ook een grote uitdaging. Want kinderen nemen niet zomaar medicijnen in, als je ze dat vraagt. Ze vinden het niet leuk als er voor de zoveelste keer weer controles moeten worden gedaan en zij de strakke bloeddrukband om hun arm krijgen. Iets wat ik ook zeker snap, maar wat soms helaas wel nodig is.                                                                                                    Ik zorg voor Tijn, een jongetje van vijf jaar oud. Nadat hij eerst op de IC heeft gelegen, is hij nu bij ons op de afdeling en mag ik voor hem zorgen. Mijn dienst is net begonnen als ik met de medicijnen naar Tijn toe ga. Doordat ik nog niet eerder voor hem heb gezorgd, weet ik niet goed hoe hij zijn medicatie inneemt. Ik los de medicijnen op in water en stop het in een spuitje. Maar zodra Tijn mij ziet, zet hij het op een gillen. Hij verstopt zijn gezicht onder de dekens en is duidelijk; hij wil geen medicijnen innemen.                                                              Rustig ga ik naast Tijn zitten en houdt de spuitjes achter mijn rug. Ik wil eerst vertrouwen winnen bij Tijn. “Hoi Tijn, heb je lekker geslapen”, vraag ik. Voorzichtig kijkt hij boven de dekens uit. Hij knikt. “Heeft mama ook lekker geslapen?”. Hij komt nog een stukje boven de dekens vandaan en kijkt mij aan. “Ja. Mama heeft naast mij geslapen”. Ik lach naar Tijn en hij lacht voorzichtig terug. Ik meet zijn bloeddruk en temperatuur, tel zijn ademhaling en laat Tijn op de weegschaal staan. Hij werkt goed mee. Maar zodra ik de spuitjes aan zijn moeder geef, is de paniek terug. “Tijn, zullen we iets afspreken?”, vraag ik hoopvol. Hij stopt even met gillen en kijkt mij verwachtingsvol aan.                   “Vind je spelletjes leuk?”. Hij knikt hevig. “We doen een spelletje”, zeg ik. “Ik denk dat jij in acht slokjes de medicijnen inneemt”. Zodra hij “medicijnen” hoort, begint hij zachtjes te snikken. “Als jij in minder dan acht slokjes de medicijnen inneemt, gaan we samen een cadeautjes uitzoeken”. Meteen is hij stil. “Goed idee?”. Weer knikt hij. Dapper pakt hij het eerste spuitje, zet het aan zijn mond en neemt voorzichtig een slokje. Medicijnen zijn nooit lekker, dus rijk ik hem een glas appelsap aan. Zo kan hij tussendoor iets lekkers drinken. Zo wisselt Tijn af. Slokje medicijnen, slokje appelsap. Net zolang tot beide spuitjes leeg zijn. Als hij het laatste slokje op heeft, kijkt hij mij verwachtingsvol aan. In afwachting van wat ik nu ga zeggen. “Wat ben jij dapper!”, roep ik enthousiast. Tijn lacht verlegen en kijkt naar zijn moeder. “Maar zes slokjes waren dat! Weet je nog wat dat betekent?”. Tuurlijk weet Tijn dat nog! “Cadeautje!”, hij schreeuwt het nog net niet uit. “Ga je mee om een cadeautje uit te zoeken?”. Hij knikt en staat op uit zijn bed.                                                                                                                                             Hij gaat naast mij staan en dan voel ik dat hij mijn hand vast pakt. Zo lopen wij, hand in hand, op weg naar de cadeautjes. Tijn is blij met zijn cadeautje en ik ben blij dat het toch is gelukt. Hij heeft zijn medicijnen ingenomen én ik heb zijn vertrouwen gewonnen.