Later als ik groot ben 

Ik denk dat ik een jaar of zes was, toen ik al exact wist wat ik wilde worden; verpleegkundige in het Sophia Kinderziekenhuis. Profielkeuzes of studiekeuzes waren dan ook niet moeilijk, want ik had het allemaal precies uitgestippeld. Van de havo ging ik naar de hbo-v en toen was daar mijn grote droom een baan in het Sophia Kinderziekenhuis.

 

“Ik ga het infuusje eruit halen en dan kan je lekker naar huis”, zeg ik tegen Julian van vijf terwijl ik naast hem kom zitten. “Eerst gaan we de pleister eraf halen, wil jij mij helpen?”. Dat hoef ik Julian geen twee keer te zeggen en ijverig begint hij zijn pleister los te peuteren. Vol trots laat hij zijn pleister aan mama zien en haal ik het infuusje eruit. “Kijk mama, er komt zelfs een druppeltje bloed”, zegt Julian terwijl hij het gaasje optilt en aan zijn mama laat zijn. Mama en ik moeten lachen om de enthousiaste Julian.

 

“Kom jij hier later werken als je groot bent?” vraag ik Julian. “Volgens mij vind jij het allemaal niet eng en je kan al heel goed een pleister eraf halen”.  Julian kijkt van mij naar zijn mama en ik zie hem diep nadenken. “Ik ben echt al groot hoor”. “Kijk maar!”, zegt hij terwijl hij zijn spierballen laat zien. “Wow, ben jij al zo groot?!”, antwoord ik terwijl ik aan zijn spierbal voel. Julian begint te lachen, maar zegt dan ineens weer heel serieus; “Als ik zo groot ben als papa, word ik uitvinder”.

 

Een kans om te vragen wat hij wil gaan uitvinden krijg ik niet, want Julian is nieuwsgierig geworden. “Wat wil jij worden als je groot ben?”, hij kijkt mij met zijn twee nieuwsgierige blauwe ogen aan terwijl hij tegelijkertijd nog steeds vol verbazing het gaasje op zijn hand in de gaten houdt.

“Later als ik groot ben word ik zuster voor allemaal kindjes zoals jij”, zeg ik tegen Julian. Hij kijkt op van zijn gaasje en kijkt mij vragend aan. “Vind je dat een goed idee?”, vraag ik terwijl ik opsta en aanstalten wil maken om naar mijn andere patiëntje te gaan. Julian knikt instemmend.

 

Ik sta op en loop naar de deur. “Zuster?”. Ik draai mij om en zie Julian naast zijn bed staan. “Jij bent bijna zo groot als papa” en ik moet nog zoveel groeien”. Hij houdt zijn handen wijd uit elkaar om aan te geven hoeveel hij nog moet groeien en lachend ga ik op weg naar mijn volgende patiëntje.