Verhaaltje

Als ouder komt er veel op je af wanneer je kind opgenomen ligt in het ziekenhuis. Gevoelens van machteloosheid, verdriet en angst zijn dan ook vaak op de voorgrond aanwezig. Voor ouders is het belangrijk om af en toe ook even een momentje voor zichzelf te pakken. Door even een kopje koffie te gaan drinken in de ouderkamer of door een rustig plekje te zoeken elders in het ziekenhuis, eventjes helemaal weg van de afdeling.

 

“Ik ben heel eventjes in de centrale hal, even een momentje voor mijzelf pakken. Ik heb hem verteld dat hij lekker moet gaan slapen. Ik verwacht dat hij zo wel gaat slapen, maar ik heb voor de zekerheid de bel naast hem neer gelegd. Mocht er dan iets zijn, dan kan hij jullie roepen”. De moeder van een van de patiëntjes spreekt mij aan wanneer ik haar toevallig tegenkom in de gang. “Helemaal prima hoor”, antwoord ik haar terug. “Ik zal het doorgeven aan de verpleegkundige die voor hem zorgt en we zullen voorzichtig om het hoekje kijken om te zien of hij lekker ligt te slapen”. Die woorden zorgen voor een geruststelling bij de moeder en niet veel later verlaat zij de afdeling.

 

Ik denk dat de moeder de afdeling nog niet af is, of het rode lampje boven de deur gaat branden. Ik loop zachtjes de kamer in en kijk voorzichtig om het hoekje. Door het kleine schemerlampje wat op de kamer brandt, kan ik het jongetje zien liggen. Zo in het grote bed, lijkt het een heel klein jongetje en zodra hij weet krijgt van mijn aanwezigheid, zit hij rechtop. “Ga je lekker slapen?”, vraag ik hem. Hij kijkt mij twijfelend aan en vraagt dan zachtjes “Wil je een boekje lezen?”. De onschuld in zijn ogen zorgt ervoor dat ik niet kan weigeren. “Ik wil een boekje lezen, maar ga je dan daarna lekker slapen?”. “Ja, maar ik ben echt niet moe hoor”, antwoord hij met een twinkeling in zijn ogen.

 

Nadat ik uit de speelkamer een boek van Bert en Ernie heb gekozen, loop ik weer terug naar zijn kamer. Ik pak de stoel en zet hem naast het bed, zodat hij de plaatjes mee kan kijken. Ik begin met lezen over Bert en Ernie in de regen en merk aan de ademhaling van het jongetje dat hij langzaam in slaap valt. Ik laat iets langer dan daarvoor een stilte vallen, maar meteen schieten zijn ogen weer open. Hij geeft niet snel toe aan zijn slaap en ik hervat het verhaal.

 

Heel langzaam wordt zijn ademhaling steeds zwaarder en geeft hij zich gewonnen. Ik werp een blik op het jongetje en zie dat hij nu echt lekker ligt te slapen. Ik sluit het boek en sta op uit de stoel. Op mijn tenen sluip ik de kamer uit en sluit voorzichtig de deur, het jongetje in dromenland achterlatend.