Waardering

Van mijn collega heb ik nog maar net de overdracht gekregen als ik gebeld word door de verkoever. Ik vraag een collega of zij met mij mee wil lopen en samen lopen wij naar boven. Van het kindje wat wij op gaan halen, weet ik alleen nog maar hoe hij heet, hoe oud hij is en wat de opnamereden is. Verder weet ik nog niets. Eenmaal op de verkoever aangekomen worden wij, door de anesthesiemedewerker,  naar het juiste bed begeleid. “Ik ben Sanne en ik ga vanavond voor jou zorgen”, zeg ik terwijl ik hem een hand geef. Heel voorzichtig pakt hij mijn hand en kijkt mij kort aan.

 

Na de overdracht van de anesthesiemedewerker vertrekken wij richting de afdeling. Nog een beetje slaperig ligt hij in het bed, maar toch probeer ik wat contact met hem te maken. “Heb je een leuke droom gehad?”. Het jongetje kijkt mij vanuit de spiegel aan en haalt kort zijn schouders op. Veel zin om te praten heeft hij nog niet en dus besluit ik om hem eventjes met rust te laten.

 

Als we de kamer hebben bereikt en het bed weer geïnstalleerd is, begin ik aan mijn controles. Ik meet zijn bloeddruk en temperatuur en vraag naar de pijnscore. Dapper ondergaat hij alle controles en sluit ik zijn infuus nog even aan. “Lust je al iets anders te drinken of te eten?’, vraag ik hem tot slot. Hij schudt zijn hoofd en ik spreek met hem af dat hij mij mag roepen wanneer hij ergens trek in heeft of als er iets is.

 

Een klein uurtje later loop ik nogmaals de kamer op, om te kijken hoe het gaat. Ik tref een slapend jongetje aan en ga in gesprek met moeder. We kletsen wat over de operatie, het verdere beloop van de opname en over de kinderen bij hun thuis. Daar waar ik weinig contact met het jongetje krijg, zo makkelijk verloopt het contact met moeder.

 

De gehele avond loop ik regelmatig de kamer op. Ik meet voor de laatste keer in mijn dienst zijn bloeddruk, vraag naar zijn pijn, ik begeleid hem naar het toilet, ik ruim de kamer een beetje op en geef hem tot slot de pijnstillers. “Ik heb hier nog twee tabletjes tegen de pijn. Die mag je allebei met een beetje water innemen en daarna kan je lekker gaan slapen. Is dat een goed idee?”, zeg ik tegen hem terwijl ik hem een bekertje water aanreik. Hij knikt ja en neemt beide tabletjes in. “Slaap lekker dappere jongen”, zeg ik terwijl ik het licht uit doe.

 

Aan het einde van mijn dienst, ga ik voor een laatste keer bij hem langs. Ik wil controleren of hij nog steeds lekker ligt te slapen en ik open voorzichtig de deur. Ik loop naar zijn bed en zie dat hij nog heerlijk ligt te slapen. Moeder is wel nog wakker en ze gaat rechtop zitten, als ze mij ziet. “Ik ga zo naar huis, dus ik kom u nog eventjes een goede nacht wensen en voor morgen alvast wel thuis”, zeg ik tegen haar. “Ben je er morgen niet?”. “Nee, morgen ben ik vrij. Dan is mijn collega er, die voor jullie zal zorgen”, antwoord ik terug. “Dat zal hij jammer vinden zeg. Voor hij ging slapen zei hij nog tegen mij dat hij jou zo’n lieve zuster vond”, antwoord moeder.

 

Ik merk aan mijzelf dat ik die woorden bijzonder vind. Bijzonder omdat het jongetje de hele dienst vrijwel niets tegen mij heeft gezegd en liever wilde dat ik zo snel mogelijk weer van de kamer was. Maar ondanks dat, vond hij mij een lieve zuster en dat is het mooiste compliment wat ik die avond maar krijgen kon.